">


Spinale Musculaire Atrophie

SMA is een erfelijke aandoening, die de skeletspieren van de romp en de ledematen aantast.
Wat betekent dat het een autosomaal recessieve aandoening is, waarbij de zenuwcellen die deze skeletspieren aansturen, afsterven.
Verlies van deze zenuwcellen in de eerste levensmaanden van het kitten leidt tot spierzwakte en atrofie (= verschrompeling). De spierzwakte wordt voor het eerst zichtbaar op een leeftijd van 3 à 4 maanden.
Autosomaal wil zeggen dat de aandoening niet geslachtsgebonden is en dus bij zowel katers als poezen kan voorkomen.
Recessief is het tegenovergestelde van dominant. Een kitten hoeft het gen voor een dominante eigenschap maar van één ouder mee te krijgen om de eigenschap al te hebben.
Daarnaast kan een kitten dit defecte gen bij zich dragen zonder dat het ziek wordt, het is dan drager en aan de buitenkant niet zichtbaar. Pas bij een kruising met 2 dragers, die beiden het gen voor de recessieve eigenschap aan het kitten doorgeeft, zal het kitten ziek worden en de eigenschap zichtbaar.
Een kitten waarvan één ouder met het defecte gen gekruist wordt met een ouder met het gezonde gen zal de ziekte niet krijgen, maar heeft wel 50% kans zelf drager te zijn.
Het gevaar van SMA is dat, doordat het een recessieve aandoening is, het zich dus ongemerkt in een populatie kan verspreiden en een Maine coon kan drager zijn zonder dat iemand dit weet.
Aandoeningen die recessief vererven, zullen pas optreden wanneer de verspreiding van het gen in een populatie groot is, er zijn dan dus al veel dragers. Hierdoor is de kans groot dat 2 dragers met
elkaar paren.
Er is een DNA-test waardoor vastgesteld kan worden of een kat drager is van dit gen en waardoor maatregelen getroffen kunnen worden om kittens met SMA te  voorkomen.

Bij de nu beschikbare DNA-test kunnen 3 uitslagen mogelijk zijn:
- Het dier is vrij van het defecte gen en dus gezond
- Het dier is drager van het defecte gen, maar is niet ziek
- Het dier is lijder en dus ziek

Verschijnselen zijn dat kittens moeilijker gaan lopen, ze ontwikkelen een vreemde, wankelende wijze van lopen met de achterpoten en staan op een manier waarbij de hakken elkaar bijna raken of dat de tenen naar voren wijzen. Ook krijgen ze moeite met springen, omdat hun achterste ledematen verzwakt zijn.
Hierbij wordt vaak opgemerkt dat ze een abnormale overgevoeligheid hebben voor aanraking op de rug, bewegingsintolerantie (= slechte contditie) en een zware ademhaling. Ze hebben echter geen pijn, eten goed, spelen enthousiast, zijn niet incontinent en kunnen jaren een comfortabel leven hebben als huiskat.