">

Kattenziekte

Kattenziekte is een virusinfectie van het maagdarmkanaal, komt overal ter wereld voor en is zeer besmettelijk. Het tast de afweer aan doordat de meeste witte bloedcellen doodgaan.
Door de verminderde afweer kunnen andere infecties het ziektebeeld verergeren. Zeer jonge katjes
kunnen een vreemde manier van lopen vertonen, wanneer de hersenen zijn aangetast. Kattenziekte
heeft een hoog sterftepercentage, vooral onder jonge katten. Bij dieren, die de ziekte overleven, kan de dunne ontlasting (diarree) langere tijd blijven bestaan.
Sommige katten sterven zonder ziekteverschijnselen.
Buiten de kat is het virus zeer resistent en kan nog maanden in de omgeving aanwezig blijven.
Het virus verspreidt zich erg gemakkelijk. Katten kunnen op diverse manieren besmet raken, middels onderling contact, via mensen (het virus kan aan kleding, handen of schoenen zitten en zo worden overgebracht) en ook vlooien kunnen de ziekte van de ene naar de andere kat overbrengen.
De ziekte kan echter niet op de mens worden overgebracht.
Er is geen behandeling mogelijk, wel kan er geprobeerd worden om de katten met medicatie te ondersteunen, vooral tegen andere infecties.
Als de kittens geen moedermelk meer krijgen moeten ze worden ingeŽnt. Met 6 tot 8 weken voor
het eerst tegen kattenziekte en niesziekte. Deze enting moet als ze 12 weken zijn, worden herhaald
met een cocktail tegen kattenziekte en niesziekte. Het kitten is dan een jaar lang beschermd.
Inenting van de moederpoes vůůr de dekking zorgt ervoor, dat zij aan de kittens via haar melk een goede weerstand meegeeft voor de eerste levensweken.
Volgens de Amerikaanse diergeneeskundige vakliteratuur heeft een kat gedurende 3 tot 4 jaar genoeg antistoffen tegen het kattenziekte virus, mits de kat de laatste inenting op minimaal 16 weken leeftijd heeft gekregen.
Het is echter verstandig dat deze entingen jaarlijks worden herhaald.
Er wordt nog wel eens gedacht dat het bij oudere katten niet meer nodig is om ze te laten enten.
Maar juist die katten zijn doordat ze ouder zijn meer vatbaar voor ziektes. En tegen kattenziekte is geen enkele niet-geŽnte kat opgewassen.